Wie ooit dacht dat hoortoestellen hun innovatielimiet wel bereikt hadden, werd in Neurenberg vriendelijk maar beslist van gedachten veranderd. De 69e editie van de euha liet opnieuw zien hoe razendsnel de audiologische technologie zich ontwikkelt.
Kunstmatige intelligentie, zorg op afstand, duurzaamheid, het klinkt allemaal vertrouwd, maar de manier waarop het dit jaar werd ingevuld, voelde opmerkelijk volwassen. Wat mij vooral trof, is dat techniek en mens elkaar beter beginnen te begrijpen. Fabrikanten lijken niet langer vooral bezig met nóg meer functies, maar met het wegnemen van onrust. Minder prikkels, meer gemak. Niet harder, maar slimmer.
Dat zie je vooral bij de nieuwe generatie AI-gestuurde hoortoestellen. Deze leren van het gedrag van de gebruiker en passen zich realtime aan de omgeving aan. Het toestel weet dat een gesprek in een café iets anders vraagt dan geroezemoes tijdens een verjaardag. Knap, maar ook een tikkeltje beangstigend: een hoortoestel dat je omgeving beter herkent dan jijzelf. Ook zorg op afstand is inmiddels volwassen geworden. Waar we vorig jaar nog spraken over ‘eerste stappen in tele-audiologie’, zien we nu compleet geïntegreerde platforms. Audiciens kunnen op afstand meten, aanpassen en overleggen met cliënten, zonder dat die daarvoor de deur uit hoeven. Dat maakt hoorzorg toegankelijker, vooral voor mensen in afgelegen gebieden of met beperkte mobiliteit. Het vraagt echter ook iets van de professional: vertrouwen op data en techniek, terwijl je het persoonlijke contact moet blijven bewaken.
Nieuwe tools helpen daarbij door realtime zichtbaar te maken hoe spraak wordt verwerkt. Zo kunnen audiciens instellingen nog preciezer afstemmen op de gebruiker. Ook op het gebied van connectiviteit zijn er stappen gezet: dankzij bluetooth low energy audio verloopt streaming stabieler én energiezuiniger, zelfs bij gebruik van meerdere apparaten tegelijk.
Een ander opvallend thema was duurzaamheid. Oplaadbare batterijen zijn inmiddels standaard, maar nu volgen biologisch afbreekbare onderdelen en energiezuinige laadsystemen. Het zijn misschien kleine stappen, maar in een wereld met miljoenen toestellen telt elke microgram plastic. Het laat zien dat de audiologische industrie verantwoordelijkheid neemt en dat is een ontwikkeling die ik van harte toejuich.
Toch waren het niet alleen de grote trends die indruk maakten. Soms zit vernieuwing in iets eenvoudigs. Zoals de introductie van een draadloos aanraakbedieningspaneel bij een nieuwe klinische audiometer. Geen wirwar van kabels meer, maar een intuïtieve interface die het testproces vereenvoudigt. Zeker bij kinderen, die vaak meer voelen dan luisteren. Zulke innovaties maken het werk niet alleen efficiënter, maar ook leuker.
Interessant was verder de aandacht voor cognitieve hooroplossingen. Systemen die niet alleen het gehoor ondersteunen, maar ook de luisterinspanning verlagen. Door spraak te prioriteren en achtergrondgeluid te temperen, wordt de cognitieve belasting kleiner. Vooral bij oudere gebruikers of mensen met lichte geheugenproblemen kan dat het verschil maken tussen volgen en afhaken.
De rode draad van euha 2025? Technologie die ten dienste staat van de mens. Waar het in 2024 nog draaide om het leggen van de digitale basis, cloudservices, eerste AI-toepassingen, staat 2025 in het teken van verfijning. Slimmer, kleiner, menselijker. En als ik eerlijk ben, stemt dat optimistisch. Want in een tijd waarin veel technologie ons vooral drukker maakt, is het verfrissend om innovaties te zien die juist rust brengen. Minder instellingen, meer intuïtie. Minder ruis, meer verbinding. Als dát de richting is waarin onze branche zich ontwikkelt, hoor ik het graag. Letterlijk én figuurlijk.
Jan de Laat is klinisch fysicus – audioloog. Met het thema ‘Laat Jan maar schrijven’ deelt hij diverse onderwerpen die hem opvallen in ons vakgebied.
Tags: Laat Jan maar schrijven