Het stormt in Scheveningen. Het is een storm zonder naam en we zijn er niet voor gewaarschuwd met een kleurcode. Ik word wakker van de wind die via mijn schoorsteenpijp aan de voorkant van het huis en die geen andere functie meer heeft dan een soort gehoorgang, laat weten wat er buiten aan de hand is.
Of ik het nou wil of niet, is daar altijd wel wat te horen via mijn stenen gehoorgang: bij mooi weer resoneert het gelach van de meeuwen (altijd leuk voor de kinderen wanneer ik playback op dat geluid terwijl ik doe alsof ik schuddebuik van het lachen: ‘haaa haa hahahahaha’). Ik heb nooit goed begrepen waarom men spreekt van gegil of gekrijs van meeuwen, terwijl het toch echt meer een schaterlach is. Bij harde regen moeten we zelfs binnen onze stem iets verheffen om hoorbaar en verstaanbaar te blijven en bij storm word ik wakker van onheilspellend geruis en gefluit.
Het zit ‘m natuurlijk in de automatische beleving van het onheilspellende, hoewel het in mijn beleving in Scheveningen ook wel iets romantisch in zich heeft: ik associeer het geluid met een open haard. Een goed haardvuur geeft een soortgelijk stormachtig geluid te horen, maar dan in tegengestelde richting: de storm verlaat het huis via de stenen gehoorgang. Wanneer je dat hoort, weet je soms ook dat je moet oppassen. Het kan nét te veel, nét te gespannen vuur zijn. Niet het oorverdovende geruis moet worden bestreden, maar het vuur moet dan wat worden gesmoord om zowel de binnenwereld op het kleed voor de haard (hond, kat, vrouw, dochter, mijzelf), als ook de onheilspellende vurige ruis te beheersen.
Storm Benjamin zou 23 oktober jl. met zijn code oranje ook heel wat voorstellen. Precies die dag had ik een dagje vrij en ging ik naar Twente voor wat ontspanning met de hond in de natuur. De kinderen bleven een weekendje achter in ons huis in Scheveningen. Het onheil dat was voorspeld, veroorzaakte aanvankelijk allesbehalve ontspanning. Ten eerste was er frequent telefonisch contact met de kids om toch vooral te waarschuwen om niet te gaan fietsen en maar lekker binnen te blijven, ten tweede vroeg ik mij zo nu en dan bezorgd af of de vlaggenmast van de buren het, in tegenstelling tot vorig jaar, zou houden en dit keer mijn persoonlijke bezittingen wél heel zou laten.
Ten derde baalde ik een beetje dat ik nou net met Storm Benjamin in een bos in Twente, met gevaar voor vallende takken, ging lopen, in plaats van op het spannende zandstralende strand met oorverdovende branding van de woeste zee. De hond is gek op zwemmen in de zee. Maar in plaats daarvan stond ie nu in Twente tot de enkels in een slootje met gier. Benjamin zorgde in Scheveningen voor extra vertier voor de wind- en golfsurfers. Ik zag in gedachten de mannen met metaaldetectors al lopen; altijd met weer en wind; juíst met weer en wind. Water- en winddichte camouflagebroek en -jas aan, een speciale schep (die je heel makkelijk met één voet en één hand kan gebruiken om te graven bij gebleken gepiep, om, desnoods met hulp van nog een extra handdetector die eruitziet als een winterpeen, te zoeken naar de oorzaak van het gepiep).
In de andere hand een supersonische metaaldetector met op het hoofd een al even supersonische hoofdtelefoon. Vaak is de oorzaak van het constante gepiep een gewone ouwe kroonkurk, soms iets wat is verloren en af en toe iets verstopts wat je liever niet vindt, maar wel goed is om gevonden, en opgeruimd, te worden.
Benjamin bleek een storm in een glas water. De surfers genoten van het onheil en de mannen op zoek naar iets positiefs achter het gepiep in de oren, hadden een heerlijke dag op het strand, dat ook nog eens werd opgeruimd en schoon geblazen. De hond kreeg een extra botje en ik bestelde een glaasje rode wijn met blokjes oude kaas, terwijl ik brainstormde over hoe ik het psychologisch verschil tussen tinnitus en oorsuizen in Earline kon beschrijven…
Olav Wagenaar is klinisch neuropsycholoog – audiopsycholoog
Tags: Olav Wagenaar